Jelle Bouwhuis over The Bubble (Dutch)

Johan Nieuwenhuize – The Bubble

Door Jelle Bouwhuis

“Technologische ontwikkelingen en de impact ervan op de samenleving worden een steeds belangrijker element in mijn werk. Hoe filterbubbles onze wereld online kleiner maken staat in schril contrast met de ongeremd positieve ideeën over vrijheid en democratie van de begindagen van het internet.”
Johan Nieuwenhuize

 

Sociale media, zoekmachines, games en websites weten steeds beter ons gedrag in te schatten. Ze weten al waar we naar op zoek zijn voordat we iets zoeken, wat we willen zien voordat we ergens naar kijken en vooral: wat we kunnen kopen vóórdat we ons geld hebben uitgegeven. Ze proberen ons te vangen in een gefilterde omgeving die ons leven als consument vergemakkelijkt maar tegelijkertijd ons handelen en denken zo voorspelbaar mogelijk maakt. Visualisaties van twitterverkeer bijvoorbeeld maken pijnlijk duidelijk dat linkse twitteraars hoofdzakelijk linkse twitteraars volgen, en rechtse twitteraars hoofdzakelijk rechtse. Academici volgen academici, autoliefhebbers volgen autoliefhebbers, koks volgen koks, enzovoorts. Natuurlijk, je kunt niet iedereen volgen, maar soms schijnen sociale media ons toe als het middeleeuwse gildesysteem met zijn gesloten netwerken, of als de verzuiling die Nederland tot na de Tweede Wereldoorlog in haar greep hield. Dat iedereen in zijn of haar eigen bubbel kan verkeren, appelleert blijkbaar aan een diepgewortelde wens naar geborgenheid en veiligheid.

Johan Nieuwenhuizes The Bubble reageert op dat o zo menselijke en door het web versterkte gefilter. Het werk doet dat specifiek ten aanzien van de sociale gemeenschap op De Haagse Hogeschool (het is gemaakt ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van de hogeschool). Op drie aaneengesloten beeldschermen worden steeds wisselende fotografische beelden gegenereerd, afkomstig uit een totaal van 717 foto’s. Deze zijn gemaakt door Nieuwenhuize, die eerder aan De Haagse Hogeschool industrieel productontwerp studeerde voordat hij naar de kunstacademie vertrok. Hij legde een diverse groep van tachtig van de huidige studenten een reeks vragen voor om inzicht te krijgen in hun lifestyle, zoals over hun favoriete schoenenmerk, hun nieuwsbronnen, hun meest geliefde plek van de school. Op basis van de antwoorden maakte en selecteerde hij de foto’s.


Hij deed dit op de Nieuwenhuiziaanse wijze. Zo zijn alle foto’s op hetzelfde formaat geschoten, wat een gelijkstellend effect heeft op het totaal. Het generieke wordt versterkt door zijn voorliefde voor beelden die niet cultuurspecifiek zijn, en niet of nauwelijks te herleiden zijn naar een bepaalde persoon of omgeving. Dit is kenmerkend voor Nieuwenhuizes aanpak. Zo werkt hij al vanaf 2009 aan een serie van foto’s, Collected Memory, van de luchten boven bekende rampplekken zoals het WTC in New York, het eiland Utøya, het Tiananmenplein in Beijing en de Bijlmer in Amsterdam Zuidoost. Dat hij deze foto’s maakt in dezelfde maanden, dagen en uren dat er op zulke locaties jaren eerder een ramp voltrok, zegt iets over hoe hij herinnering opvat. Niet de fysieke kenmerken van een rampplek doen er fotografisch toe, maar louter de referentie eraan, zoals een abstracte foto met een titel. Dat volstaat om het collectieve, mediale geheugen te reactiveren.

De foto’s van The Bubble refereren als geheel misschien aan een bepaald tijdsbeeld van De Haagse Hogeschool, maar de afzonderlijke foto’s zijn eigenlijk net zo abstract als de blauwe hemel boven een ramplocaties. Foto’s van architectuur en met name architecturale details zijn dominant, maar er zit ook veel andersoortig beeldmateriaal tussen. Ze zijn in verschillende groepen te classificeren, zoals foto’s met voedsel, schoeisel, accessoires, sport, reclamebeelden, nieuws-websites, uitgaans- en winkellocaties. Nieuwenhuize heeft veel aandacht voor detail en compositie, en sommige foto’s roepen wellicht allerlei associaties op, maar qua inhoud is het behoorlijk generiek. In tegenstelling tot foto’s in de collectie van De Haagse Hogeschool die zich juist concentreren op het individu, zoals bijvoorbeeld de studentenportretten van Beat Streuli, de celebrities van Anton Corbijn, of zelfs die van kunstenaars als Wijnanda Deroo en Bertien van Manen die hele interieurs vastleggen, onthoudt Nieuwenhuize zich van dergelijke specificiteit. Zijn werk is in dat opzicht meer verwant met dat van Jan Adriaans of Andreas Gursky in de hogeschool-collectie. Zij zijn allen fotografen die zich bezighouden met wat de Franse antropoloog Marc Augé in 1992 tot non-place bestempelde: gebouwen zoals ziekenhuizen, treinstations, luchthaventerminals en scholen, die onderling en vaak ook van elkaar niet meer te onderscheiden zijn, waar ze ook ter wereld staan. Maar terwijl Gursky’s verbeelding van Hongkong en Andriaans’ portretten van garages in grote mate zijn geconstrueerd of in scene zijn gezet, neemt Nieuwenhuize de werkelijkheid zoals die is. Hij construeert zijn beelden vooral door middel van selectie, kadrering en lichtval. En door de grote hoeveelheid ervan richt hij zich niet op een enkel monumentaal beeld, maar op de massaliteit van het beeld, op de bubbel.

De 717 foto’s zijn door Nieuwenhuize – in samenwerking met neurowetenschapper en machine learning researcher Robin van Emden – op een website geplaatst. Mensen die verbonden zijn met De Haagse Hogeschool kunnen daar hun voorkeuren uitspreken voor bepaalde beelden. Zo verfijnt de hogeschoolbubbel zich. In The Bubble worden steeds deze voorkeuren standaard op de schermen getoond. Als kijkers dichterbij komen verandert de selectie: een algoritme, aangestuurd door een bewegingssensor, creëert op dat moment een constellatie van beelden die juist niet tot de opgegeven voorkeuren behoort. Een anti-bubbel dus. In de praktijk zal het moeilijk zijn de twee van elkaar te onderscheiden. Wat echter telt is dat er steeds een andere constellatie van beelden verschijnt waarmee de gemeenschap van de hogeschool, althans in theorie, een zekere affiniteit heeft, of juist een zekere afkeer.
Ondanks die ingecalculeerde verbondenheid blijft het beeld een beetje wringen. Letterlijk. Want Nieuwenhuize fotografeerde met een beeldverhouding van 5 bij 4. Dat is het formaat van het klassieke fotonegatief, daar waar digitale spiegelreflexcamera’s een 3 bij 2 beeldverhouding hebben en beeldschermen standaard de langgerekte verhouding 16 bij 9, het panoramaformaat dat bij bioscoopfilms hoort. De foto’s van Nieuwenhuize passen dus niet goed op de schermen, ook al zijn deze verticaal geplaatst. Dat is de reden waarom er op elk scherm telkens twee randjes zijn te zien die telkens met een andere ‘bubbel’-foto uit het bestand zijn opgevuld.

Nieuwenhuizes werk is een welkome aanvulling op de collectie van De Haagse Hogeschool. De locatie aan de Laakhaven, gebouwd vlak nadat Augé met zijn concept van de non-place kwam, is ontworpen zonder etnische, religieuze en regionaal-historische kenmerken (net als het Haagse Stadhuis uit 1995). Dit was vlak na de val van het IJzeren Gordijn, van ongebreideld en optimistisch globalisme, waarin dergelijk onderscheid er niet meer toe zou doen, althans niet in het internationaal georiënteerde Den Haag. Het aanleggen en tonen van een kunstverzameling werd het onderscheidende middel, waarbij overigens, ondanks de globalisering, vrijwel uitsluitend Nederlandse – en enkele andere West-Europese – kunstenaars werden uitverkoren. Terugkijkend op de collectie valt op hoe klassiek de fotografie daarin inmiddels is: de werken hangen op monumentaal formaat als een schilderij aan de muren. Ze zijn verzameld in een tijd dat het alomtegenwoordige beeldbombardement van internet, de telefooncamera, de selfie-cultuur en de instagrampagina nog moesten worden uitgevonden. Met de aanwinst van The Bubble van Nieuwenhuize zet de hogeschool een stap in het heden: het werk is interactief en beeldscherm-georiënteerd. Tegelijk problematiseert het de notie van identiteit, door zich op een bijzondere manier te verhouden tot de diverse schoolgemeenschap. Wat betekent identiteit als begrip nog als die voortdurend wordt gegenereerd en geconstrueerd door de onzichtbare algoritmes van megalomane, aan geen enkele plaats gebonden internetbedrijven? Vergeleken met deze onzichtbare stoomwals biedt The Bubble ons misschien meer houvast dan je op het eerste gezicht zou denken.

Jelle Bouwhuis is curator, publicist en kunsthistorisch onderzoeker

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *